Bij ieder breipatroon wordt uitgegaan van een specifieke wol en naalddikte. En met deze specifieke materialen wordt er dan een stekenverhouding gegeven. Bijvoorbeeld: 10 cm x 10 cm is 22 steken en 28 naalden. Nu is het echter zo dat iedereen weer anders breit. De ene persoon breit heel losjes terwijl een ander juist heel strak breit. Het gevolg hiervan is dat ook al gebruik je exact de breiwol uit het patroon met de aangegeven breinaalden, een werkstuk, bijvoorbeeld een trui, heel ruim kan vallen of juist heel krap. Het is daarom heel belangrijk om eerst altijd een proeflapje te maken voordat je gaat beginnen aan je echte werkstuk.
Het is belangrijk om een proeflapje te breien als je het garen gebruikt zoals in het patroon én zeker zo belangrijk als je ander garen gebruikt zodat je het aantal steken kan gaan omrekenen.
Ik ken weinig breiers die graag een proeflapje breien maar het hoort er nu éénmaal bij. Zeker als je een trui wilt gaan breien want daarvan wil je niet dat die (veel) te groot of te klein gaat zijn. Bij een sjaal of omslagdoek maakt het niet zoveel uit of die een aantal centimeter kleiner of groter is.

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: