Stoffen rangschikken op basis van hun impact is geen gemakkelijke taak. Het is moeilijk te zeggen welke materialen het meest milieuvriendelijk zijn: stoffen gemaakt uit natuurlijke vezels of synthetische stoffen. Elk materiaal heeft zijn eigen invloed op het milieu.

Onderzoek toont aan dat er veel verwarring blijft bestaan over de impact van de teelt of productie van textiel. Synthetische materialen worden meestal beschouwd als kwalijk en natuurlijke materialen als goed. Er bestaat inderdaad geen twijfel over dat de productie van synthetische materialen een impact kent, maar ook natuurlijke materialen hebben zo hun nadelen.

Stof tot nadenken:

  • 1 kg katoen heeft 3800 liter water nodig, terwijl 1 kg polyester slechts 17 liter nodig heeft. Ook wat het gebruik van pesticiden betreft, doet katoen het niet goed.

  • De productie van polyester verbruikt dan weer twee keer zoveel energie als katoen, kent een hogere uitstoot naar water en lucht (CO2) en maakt gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen.

Het is duidelijk dat de sterktes en zwaktes voor elk materiaal ergens anders liggen. Als we toch willen kijken naar welk materiaal de minste impact heeft, zouden we kunnen stellen dat dit een materiaal moet zijn dat:

  • afgeleid is van natuurlijke producten (bio-waste),
  • biologisch afbreekbaar is en
  • van een hernieuwbare of snel herstellende (groeiende) aard (biologisch) is.

Aangezien we een aantal (succesvolle) experimenten zien in die richting (met lyocell, hennep, bamboe, …), zijn de verwachtingen hoog dat deze materialen in de nabije toekomst een mooie plaats zullen innemen binnen de modesector. De (commercieel) belangrijkste vezels binnen de sector blijven echter katoen en polyester. Deze twee favorieten nemen meer dan 80% van de stoffen in de industrie in (en het gebruik van polyester groeit nog elk jaar).

CONVENTIONELE STOFFEN

(Bron: Lynsey Dubbeld)

KATOEN
  • Reguliere katoen
    De productie van reguliere katoen per oppervlakte land is enorm toegenomen. Op 80 jaar zagen we een verdrievoudiging, die vooral toe te schrijven is aan het gebruik van kunstmeststoffen, insecticiden en pesticiden. Dit zorgt er echter voor dat de bodems minder vruchtbaar worden, het leidt tot watervervuiling, gebrekkige weerbaarheid van de gewassen en gezondheidsproblemen voor de omwonenden. De katoenteelt is verder ook verantwoordelijk voor het grootste waterverbruik in de industrie. De bevloeiing van de velden zorgt voor verzilting, wat de bodem ongeschikt maakt voor landbouw. Bovendien zorgt de irrigatie voor uitdroging van de omringende gebieden.

 

  • Genetisch gemodificeerde katoen
    Genetisch gemodificeerde katoen biedt enkele oplossingen, maar kent toch ook wat tegenstand. Enerzijds zijn de gewassen zo gemodificeerd dat ze resistent zijn tegen schadelijke insecten en plantenziekten en hebben ze om die reden iets minder pesticiden nodig. Anderzijds waarschuwen specialisten wel dat werken met gemodificeerde rassen voor een gebrek aan biodiversiteit kan zorgen in de regio. De kost om deze nieuwe zaden aan te kopen ligt daarbij aanzienlijk hoger en de aankoop ervan dient ook elk jaar opnieuw te gebeuren.
  • Biologische (organische) katoen
    Biologische katoen biedt duidelijk een aantal voordelen tegenover conventionele en gemodificeerde katoen. Bij deze manier van telen, worden geen chemische pesticiden en kunstmeststoffen gebruikt en werkt men ook bewust met gewasrotatie, zodat de bodem vruchtbaar blijft en de biodiversiteit beschermd blijft. Het grote nadeel is wel dat de productiviteit de helft lager ligt dan bij reguliere katoen. Dat betekent dat er dus veel meer grond nodig is om dezelfde hoeveelheid te kweken, wat een overstap niet bepaald aantrekkelijk maakt voor de reguliere telers. Tot nu toe is er slechts 1 procent van de totale katoenteelt biologisch. Een doorgedreven omschakeling zou echter een forse milieuwinst kunnen betekenen.
POLYESTER

Polyester kampt met een slecht imago als zijnde onaantrekkelijk en milieuonvriendelijk. Toch biedt het enkele voordelen tegenover katoen. Qua waterverbruik en chemicaliën scoort polyester beter, de stof zelf is bijna onverslijtbaar én leent zich veel beter tot recycling.

De productie van polyester, acryl en nylon gaat wel gepaard met een hoog verbruik van energie en fossiele brandstoffen. Dat wordt dan weer gecompenseerd door het feit dat ze op lagere temperaturen gewassen kunnen worden, snel (vanzelf) drogen en nauwelijks strijkbeurten nodig hebben. Nadeel is dan weer dat tijdens het wassen partikels plastic vrijkomen, die uiteindelijk in zee terecht zullen komen. En een oceaan gevuld met plastic, daar kan niemand fan van zijn.

WOL

Wol is een natuurlijk en onverslijtbaar product, maar heeft toch evengoed een impact op het milieu. De productie van wol vereist veel water en giftige chemicalieën tegen motten, parasieten en schimmels. De biologische wolproductie maakt daar wel korte metten mee; de schapen en geiten krijgen biologische voeding, voldoende leefruimte en geen antibiotica of chemische medicijnen. De beestjes produceren natuurlijk wel veel methaan (wat het broeikaseffect versterkt), in welke omstandigheid dan ook.

ZIJDE

Voor de productie van ruwe zijdedraden wordt de cocon van een rups gestoomd of gekookt. Eén cocon levert een draad op van 300 tot 900 meter en heeft hiervoor geen kunstmeststoffen, pesticiden of andere chemicaliën nodig. Voor het wassen, verven, bleken en verzwaren van de zijde zijn er dan wel weer chemische producten nodig. Als diervriendelijk alternatief voor gewone zijde (waarbij de rupsen levend gekookt worden), is er peace silk. Hoewel de algemene kwaliteit van deze stof minder goed is dan die van traditionele zijde, wordt ze in open bossen gecultiveerd, zonder chemicalieën, en worden de cocons pas verzameld als de vlinders ze verlaten hebben.

NEW KIDS ON THE BLOCK
HENNEP

De hennepplant groeit razendsnel en heeft daar geen kunstmest, pesticiden of irrigatie voor nodig. Waar een hectare katoen 300 tot 1100 kilo vezels oplevert, is dat bij hennep 1200 tot 2000 kg. Een broek gemaakt uit hennep zou ook vijf keer langer meegaan dan een van katoen én is biologisch afbreekbaar.

Hennepvezels zijn echter beperkt te verkrijgen en dat staat een echte doorbraak in de weg. Grote afnemers zijn niet geïnteresseerd omdat de hoeveelheden te klein zijn, en er zal niet snel meer geproduceerd worden zolang de afname niet gegarandeerd is. Vicieuze cirkel, iemand?

BAMBOE

Ook bamboe groeit snel zonder chemische stoffen of grote hoeveelheden water. De impact zit hem hier meer in het chemisch verwerken van de bamboestaken tot pulp: dit gebeurt met toxische zuren. Als dat onzorgvuldig gedaan wordt, kan dat leiden tot vergiftiging van grond en water. Bamboe kan ook mechanische verwerkt worden tot pulp, maar dit is kleinschaliger en dus duurder en zeldzamer.

LYOCELL

Lyocell wordt gemaakt van Eucalyptus, een snelgroeiende boom waar praktisch zonder chemisch afval vezels uit getrokken kunnen worden. Ook aan het maken van de stof komen geen toxische middelen te pas. Lyocell is goed voor hergebruik én biologisch afbreekbaar. Verder kan je de stof wassen op lage temperaturen.

Bron: Close the loop


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: