Er zijn tijden geweest dat breien levens redde! De negentiende en twintigste eeuw kenden een aantal grote oorlogen waarin een belangrijke rol was weggelegd voor breisters.

De soldaten op de Krim hadden het, zeker in de winter, koud en in het warme Zuid-Afrika hadden de soldaten last van vochtige voeten in hun leren laarzen. Blaren en wondjes ontstaan dan makkelijk. Droge schone sokken waren dus van groot belang! Aangezien tot de standaarduitrusting van de soldaten maar twee paar sokken behoorde was er grote behoefte aan extra sokken. Voor beide oorlogen werd daarom aan het thuisfront fanatiek gebreid: met name sokken maar daarnaast ook sjaals, mutsen, wanten, buikgordels etc.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelden de vrouwen aan het thuisfront opnieuw een belangrijke rol. Naast hun eigen bezigheden gingen de vrouwen ook het werk doen van de mannen die naar het front waren vertrokken. Een soldaat kreeg opnieuw maar twee paar sokken uitgereikt, dus een extra paar was geen overbodige luxe met name omdat de soldaten in de loopgraven voortdurend natte voeten hadden en dit kon uitmonden in ‘trenchfeet’, een aandoening waarbij de vochtige voeten kapot gingen en vervolgens letterlijk begonnen weg te rotten met als ultieme gevolg soms een amputatie. Warme, droge, wollen sokken konden helpen dit te voorkomen.
Aan de Eerste Wereldoorlog hebben wij dan ook de Kitchenerstitch te danken, die ervoor zorge dat sokken naadloos konden worden gemaakt, wat het risico op wonden verkleinde.

Omdat de vraag zo groot was, werd iedereen in Engeland dringend uitgenodigd om voor het front te breien. Kinderen kregen les in breien, gewonde soldaten breiden in het ziekenhuis, vluchtelingen, gevangenen en zelfs beroemde toneelspelers deden mee.
Wol werd alleen nog gebruikt voor dit doel en toen de wol schaars werd, werden oude kledingstukken uitgehaald om daarmee te breien.

Ook in Nederland namen de vrouwen de breipennen ter hand om de krijgsmacht te voorzien van warme kleding. Groot verschil is dat het hier vooral over bivakmutsen ging en minder over sokken. Nederlandse soldaten stonden niet in loopgraven maar wel aan de winderige, koude kust.

Ook in de Tweede Wereldoorlog werd er weer gebreid voor de soldaten. Handgebreide artikelen hadden nog steeds de voorkeur boven machinebreiwerk, het was warmer, steviger en vooral ook gebreid door geliefden aan het thuisfront. Vrouwen konden wol krijgen om voor een soldaat te breien. Opnieuw was er een tekort aan wol en alles werd gebruikt om mee te werken, zelfs katten- en hondenhaar werd gesponnen.

Naast de grote praktische waarde van het breien moeten we de emotionele waarde van het breiwerk zeker niet onderschatten. Het gaf de vrouwen thuis het gevoel iets te kunnen betekenen voor hun mannen, vaders en broers aan het front en het gaf de soldaten het gevoel dat er thuis aan ze gedacht werd, zeker als ze briefjes in hun sokken vonden met een bemoedigende boodschap die breisters daar vaak stiekem instopten.

Deze blogpost is geïnspireerd op een artikel uit Handwerken zonder grenzen.

Categorieën: Uncategorized

3 reacties

Anne · 27/03/2019 op 09:55

Mooi bericht. En weer iets bijgeleerd: dat van die Kitchener stitch.

    Lize · 29/03/2019 op 07:03

    Leuk dat je iets hebt bijgeleerd.

Johanna · 30/03/2019 op 08:53

Moeilijke tijd was dat. Mijn ouders konden ook beide wol spinnen om te breien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
50 ⁄ 25 =


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: